Noach
We horen voor het eerst over Noach in Genesis 5, dat begint met: "Dit is het boek van de geslachtsregisters van Adam." Dit is een terugkerende uitdrukking in Genesis; hoofdstuk 5 beschrijft de godvrezende lijn van Seth in tegenstelling tot de wereldse lijn van Kaïn (Genesis 4:17-24). Uitgaande van een ononderbroken geslachtsreeks is Noach de tiende generatie na Adam. Het geslachtsregister van Noach vermeldt: "Toen Lamech 182 jaar oud was, kreeg hij een zoon. Hij noemde hem Noach en zei: 'Hij zal ons troosten bij het zwoegen en de moeizame arbeid van onze handen, veroorzaakt door de grond die de HEERE vervloekt heeft'" (Genesis 5:28-29).
Al vroeg zien we dat Noach een bijzondere rol zal spelen, aangezien hij het enige lid van dit geslachtsregister is van wie de naam wordt toegelicht. Zijn vader, Lamech, verklaart dat zijn zoon Noach verlichting zal brengen ("Noach" klinkt als het Hebreeuwse woord voor "rust" of "verlichting"). In Genesis 6:1-8 komen we al snel te weten waarvan Noach hen verlichting moest bieden; hier zien we de ongebreidelde gevolgen van de zondeval, naarmate de goddeloosheid overal ter wereld toeneemt. God klaagt de mensheid aan met de woorden: "De HEERE zag dat de goddeloosheid van de mens op aarde groot was en dat al de gedachtespinsels van zijn hart voortdurend alleen maar slecht waren" (Genesis 6:5). God besloot: "Ik zal de mens die Ik geschapen heb, van de aardbodem wegvagen – mens en dier, kruipend gedierte en vogels in de lucht – want Ik heb er spijt van dat Ik hen gemaakt heb" (Genesis 6:7). Toch is er, zelfs in deze situatie, hoop: "Maar Noach vond genade in de ogen van de HEERE" (Genesis 6:8). Ondanks de wijdverbreide goddeloosheid die exponentieel toenam op aarde, is er één man die eruitspringt: een man wiens leven werd gekenmerkt door Gods genade. Noach vond genade bij de Heer. God stond op het punt een oordeel over de wereld te vellen vanwege haar goddeloosheid, maar Hij bewees Zijn reddende genade aan Noach en zijn gezin.
Genesis 6:9 markeert het begin van het verhaal over de zondvloed, en juist hier komen we het meeste te weten over het leven van Noach. We lezen dat Noach een rechtvaardig man was, onberispelijk in zijn generatie, en dat hij met God wandelde. In deze beschrijving van Noachs leven is bijna een geestelijke groei te bespeuren. Dat Noach rechtvaardig was, betekent dat hij gehoorzaam was aan Gods geboden (voor zover hij daartoe in staat was en ze op dat moment begreep). Hij was onberispelijk in zijn generatie en onderscheidde zich van de mensen van zijn tijd. Terwijl zij zich overgaven aan losbandigheid, leidde Noach een voorbeeldig leven. Ten slotte wandelde Noach met God; daarmee schaart hij zich in de rij van zijn overgrootvader Henoch (Genesis 5:24). Dit duidt niet alleen op een gehoorzaam leven, maar ook op een leven dat gekenmerkt wordt door een levendige en intieme relatie met God.
Noachs gehoorzame levenswandel blijkt uit zijn bereidheid om zonder vragen gehoor te geven aan de bevelen van de Heer met betrekking tot de ark (Genesis 6:22; 7:5, 9; 8:18). Bedenk dat Noach en zijn generatie hoogstwaarschijnlijk nog nooit regen hadden gezien, en toch gaf God Noach de opdracht om een groot schip te bouwen, ver verwijderd van enig water. Noachs vertrouwen in God was zo groot dat hij onmiddellijk gehoorzaamde. Noachs onberispelijke levenswandel kwam tot uiting in zijn gehoorzaamheid aan de Heer, met het oog op de naderende dag van de toorn. De apostel Petrus noemt Noach een "verkondiger van gerechtigheid" (2 Petrus 2:5) en de schrijver van de Hebreeënbrief stelt dat hij "de wereld veroordeelde" (Hebreeën 11:7) door zijn rechtvaardige daden. Gedurende de lange tijd dat het komende oordeel op zich liet wachten, bleef Noach de Heer trouw gehoorzamen. Als bewijs van zijn wandel met God bouwde Noach na de vloed een altaar en bracht hij offers aan God (Genesis 8:20). Aanbidding vormde een centraal onderdeel van Noachs leven.
Afgezien van het verhaal over de zondvloed en de episode van zijn dronkenschap in Genesis 9:20-27, weten we niet veel over Noachs leven. Die dronkenschap was ongetwijfeld niet het enige moment waarop Noach zich misdroeg. Net als wij allen werd Noach geboren met een zondige natuur. Het verhaal over zijn dronkenschap is hoogstwaarschijnlijk in de tekst opgenomen om de vijandschap tussen de Kanaänieten en de Israëlieten te verklaren. Ondanks dit voorval zien we dat Noach werd geëerd als een van de weinige uitzonderlijk rechtvaardige mannen in de geschiedenis van Gods volk. Tweemaal zegt God in Ezechiël 14 via de profeet dat, zelfs als Noach, Daniël en Job zich in het land zouden bevinden, God het volk niet van het oordeel zou sparen. Dat is een gezelschap van rechtvaardigen om in te verkeren (Daniël en Job). We weten ook dat Noach in Hebreeën 11 wordt genoemd als voorbeeld van geloof; dit is nog een aanwijzing dat Noach werd beschouwd als een toonbeeld van trouw en dat hij het soort geloof bezat dat God welgevallig is (Hebreeën 11:6).
Dit alles in ogenschouw genomen: wie was Noach in de Bijbel? Praktisch gezien is Noach een voorbeeld van een leven in geloof. Over Noach staat in Hebreeën 11:7: "Door het geloof heeft Noach, toen hij een aanwijzing had ontvangen over dingen die nog niet te zien waren, uit ontzag voor God de ark gebouwd om zijn gezin te redden. Door zijn geloof veroordeelde hij de wereld en werd hij erfgenaam van de rechtvaardigheid die door het geloof komt." Noach hoefde God niet te "testen" voordat hij in actie kwam; God gaf een bevel en hij gehoorzaamde. Dit was kenmerkend voor het leven van Noach.
Al vroeg zien we dat Noach een bijzondere rol zal spelen, aangezien hij het enige lid van dit geslachtsregister is van wie de naam wordt toegelicht. Zijn vader, Lamech, verklaart dat zijn zoon Noach verlichting zal brengen ("Noach" klinkt als het Hebreeuwse woord voor "rust" of "verlichting"). In Genesis 6:1-8 komen we al snel te weten waarvan Noach hen verlichting moest bieden; hier zien we de ongebreidelde gevolgen van de zondeval, naarmate de goddeloosheid overal ter wereld toeneemt. God klaagt de mensheid aan met de woorden: "De HEERE zag dat de goddeloosheid van de mens op aarde groot was en dat al de gedachtespinsels van zijn hart voortdurend alleen maar slecht waren" (Genesis 6:5). God besloot: "Ik zal de mens die Ik geschapen heb, van de aardbodem wegvagen – mens en dier, kruipend gedierte en vogels in de lucht – want Ik heb er spijt van dat Ik hen gemaakt heb" (Genesis 6:7). Toch is er, zelfs in deze situatie, hoop: "Maar Noach vond genade in de ogen van de HEERE" (Genesis 6:8). Ondanks de wijdverbreide goddeloosheid die exponentieel toenam op aarde, is er één man die eruitspringt: een man wiens leven werd gekenmerkt door Gods genade. Noach vond genade bij de Heer. God stond op het punt een oordeel over de wereld te vellen vanwege haar goddeloosheid, maar Hij bewees Zijn reddende genade aan Noach en zijn gezin.
Genesis 6:9 markeert het begin van het verhaal over de zondvloed, en juist hier komen we het meeste te weten over het leven van Noach. We lezen dat Noach een rechtvaardig man was, onberispelijk in zijn generatie, en dat hij met God wandelde. In deze beschrijving van Noachs leven is bijna een geestelijke groei te bespeuren. Dat Noach rechtvaardig was, betekent dat hij gehoorzaam was aan Gods geboden (voor zover hij daartoe in staat was en ze op dat moment begreep). Hij was onberispelijk in zijn generatie en onderscheidde zich van de mensen van zijn tijd. Terwijl zij zich overgaven aan losbandigheid, leidde Noach een voorbeeldig leven. Ten slotte wandelde Noach met God; daarmee schaart hij zich in de rij van zijn overgrootvader Henoch (Genesis 5:24). Dit duidt niet alleen op een gehoorzaam leven, maar ook op een leven dat gekenmerkt wordt door een levendige en intieme relatie met God.
Noachs gehoorzame levenswandel blijkt uit zijn bereidheid om zonder vragen gehoor te geven aan de bevelen van de Heer met betrekking tot de ark (Genesis 6:22; 7:5, 9; 8:18). Bedenk dat Noach en zijn generatie hoogstwaarschijnlijk nog nooit regen hadden gezien, en toch gaf God Noach de opdracht om een groot schip te bouwen, ver verwijderd van enig water. Noachs vertrouwen in God was zo groot dat hij onmiddellijk gehoorzaamde. Noachs onberispelijke levenswandel kwam tot uiting in zijn gehoorzaamheid aan de Heer, met het oog op de naderende dag van de toorn. De apostel Petrus noemt Noach een "verkondiger van gerechtigheid" (2 Petrus 2:5) en de schrijver van de Hebreeënbrief stelt dat hij "de wereld veroordeelde" (Hebreeën 11:7) door zijn rechtvaardige daden. Gedurende de lange tijd dat het komende oordeel op zich liet wachten, bleef Noach de Heer trouw gehoorzamen. Als bewijs van zijn wandel met God bouwde Noach na de vloed een altaar en bracht hij offers aan God (Genesis 8:20). Aanbidding vormde een centraal onderdeel van Noachs leven.
Afgezien van het verhaal over de zondvloed en de episode van zijn dronkenschap in Genesis 9:20-27, weten we niet veel over Noachs leven. Die dronkenschap was ongetwijfeld niet het enige moment waarop Noach zich misdroeg. Net als wij allen werd Noach geboren met een zondige natuur. Het verhaal over zijn dronkenschap is hoogstwaarschijnlijk in de tekst opgenomen om de vijandschap tussen de Kanaänieten en de Israëlieten te verklaren. Ondanks dit voorval zien we dat Noach werd geëerd als een van de weinige uitzonderlijk rechtvaardige mannen in de geschiedenis van Gods volk. Tweemaal zegt God in Ezechiël 14 via de profeet dat, zelfs als Noach, Daniël en Job zich in het land zouden bevinden, God het volk niet van het oordeel zou sparen. Dat is een gezelschap van rechtvaardigen om in te verkeren (Daniël en Job). We weten ook dat Noach in Hebreeën 11 wordt genoemd als voorbeeld van geloof; dit is nog een aanwijzing dat Noach werd beschouwd als een toonbeeld van trouw en dat hij het soort geloof bezat dat God welgevallig is (Hebreeën 11:6).
Dit alles in ogenschouw genomen: wie was Noach in de Bijbel? Praktisch gezien is Noach een voorbeeld van een leven in geloof. Over Noach staat in Hebreeën 11:7: "Door het geloof heeft Noach, toen hij een aanwijzing had ontvangen over dingen die nog niet te zien waren, uit ontzag voor God de ark gebouwd om zijn gezin te redden. Door zijn geloof veroordeelde hij de wereld en werd hij erfgenaam van de rechtvaardigheid die door het geloof komt." Noach hoefde God niet te "testen" voordat hij in actie kwam; God gaf een bevel en hij gehoorzaamde. Dit was kenmerkend voor het leven van Noach.
Bron: gotquestions.org
