Sinear
Het land Sinear wordt acht keer genoemd in het Oude Testament (Genesis 10:10; 11:2; 14:1, 9; Jozua 7:21; Jesaja 11:11; Daniël 1:2; Zacharia 5:11), telkens in verband met de geografische ligging van Babylonië. In bepaalde passages vertalen sommige Bijbelvertalingen het woord 'Sinear' ter verduidelijking als 'Babylonië'. Sinear is om de volgende redenen van belang:
Sinear was de locatie van de Toren van Babel. In Genesis 10:10 staat dat Nimrod, een nakomeling van Cham, "Babel, Erech, Akkad en Kalne in het land Sinear" bouwde. Een vlakte in Sinear werd uitgekozen als bouwplaats voor de beruchte Toren van Babel (Genesis 11:1–4). Als straf voor de goddeloosheid van het volk bracht God verwarring in hun taal; zo kreeg het land Sinear de naam 'Babel' of 'Babylon' (Genesis 11:5–9). Zowel Babylon als Babylonië ontlenen hun naam aan Babel, wat 'verwarring' betekent.
Sinear werd bestuurd door een koning tegen wie Abraham streed. In de tijd van Abraham voerden vier koningen – onder wie Amrafel, koning van Sinear – oorlog tegen de koningen van Sodom en Gomorra en drie andere koningen (Genesis 14:1–3, 8–9). Nadat ze de koningen van Sodom en Gomorra hadden overwonnen, plunderden de vier koningen de steden en voerden ze Lot en al zijn bezittingen mee (Genesis 14:10–12). Om zijn neef te redden, dreef Abraham met 318 van zijn mannen de aanvallers op de vlucht, versloeg hij de vier koningen en bracht hij Lot, diens gezin en diens bezittingen veilig terug (Genesis 14:13–17).
Sinear werd geassocieerd met verleiding. Na de inname van Jericho slaagden de Israëlieten er niet in Ai te veroveren, vanwege zonde in het kamp (Jozua 7:10–12). Achan had voorwerpen uit Jericho gestolen die aan de ban waren gewijd – iets wat de Heer uitdrukkelijk had verboden (Jozua 6:18–19). Tot de buitgemaakte voorwerpen behoorde een prachtig, fijn vervaardigd gewaad uit Sinear (Jozua 7:21). Door de zonde van Achan kwamen ongeveer zesendertig mensen om het leven tijdens de mislukte poging om Ai in te nemen (Jozua 7:4–5). Nadat zijn zonde aan het licht was gekomen, werden Achan en zijn gezin gestenigd, overeenkomstig Gods bevel (Jozua 7:24–26).
Sinear werd in verband gebracht met de goddeloosheid van Babylon. De profeet Zacharia beschreef een visioen van een mand met een loden deksel. De engel die Zacharia begeleidde, duidde de betekenis van de mand: "Dit is de ongerechtigheid van het volk in het hele land" (Zacharia 5:6). Vervolgens tilde de engel het loden deksel op en onthulde aan de profeet dat er een vrouw in de mand zat. De engel zei: "Dit is de goddeloosheid", duwde haar terug in de mand en drukte het loden deksel weer op de opening (Zacharia 5:8). De mand met de vrouw werd vervolgens door de lucht naar het land Sinear vervoerd, waar een tempel voor haar zou worden gebouwd (vers 11). Dit bijzondere visioen verbeeldt het beteugelen van de goddeloosheid en de verbanning ervan naar Sinear/Babylon. In Sinear zou de goddeloosheid uiteindelijk worden vrijgelaten en zelfs worden aanbeden (vgl. Openbaring 17). Sinear wordt geassocieerd met de goddeloze verering van valse goden, en in de eindtijd is Babylon de Grote het centrum van goddeloosheid en demonenverering (Openbaring 18:2–3).
Sinear was de plaats waar Juda in ballingschap verbleef. Toen het volk Juda uiteindelijk in ballingschap naar Babylonië werd weggevoerd, nam Nebukadnezar de gewijde voorwerpen uit de tempel van de Heer mee en plaatste ze in de tempel van de god die hij aanbad (Daniël 1:1–2). Nebukadnezar plaatste de kostbare voorwerpen waarschijnlijk in de tempel van Marduk – ook wel Bel genoemd – de oppergod van de Babyloniërs. Vanwege ongehoorzaamheid en afgoderij werden de Joden uit hun land verbannen naar Sinear (2 Kronieken 36:15–21).
Sinear is een plaats die een trouw overblijfsel van Israël zal herbergen. Jesaja 11 spreekt over het toekomstige duizendjarig vrederijk van de "wortel van Isaï", die "zal staan als een banier voor de volken; de naties zullen zich bij Hem voegen en zijn rustplaats zal heerlijk zijn" (Jesaja 11:10). Tijdens Zijn regering zal Jezus "het overblijfsel van Zijn volk terugbrengen uit Assyrië, uit Egypte, uit Pathros, uit Cusj, uit Elam, uit Sinear, uit Hamath en uit de kustlanden van de zee" (Jesaja 11:11). Deze belofte verzekert ons ervan dat Gods volk opnieuw bijeengebracht zal worden – zelfs vanuit Sinear – om de Heer te aanbidden in Zijn toekomstige koninkrijk.
Sinear is van betekenis vanwege de verbinding met de historische opstand van de wereld tegen God: van de bouw van de Toren van Babel tot de associatie met afgoden, de mishandeling van Israël en de toekomstige verbinding met de antichrist. Ondanks het vele kwaad in het land Sinear heeft God Zijn volk daar bewaard. Gelovige Israëlieten in Sinear zullen in de toekomst deelhebben aan het duizendjarig vrederijk van Jezus, waarmee Gods genade en verlossing zichtbaar worden.
Sinear was de locatie van de Toren van Babel. In Genesis 10:10 staat dat Nimrod, een nakomeling van Cham, "Babel, Erech, Akkad en Kalne in het land Sinear" bouwde. Een vlakte in Sinear werd uitgekozen als bouwplaats voor de beruchte Toren van Babel (Genesis 11:1–4). Als straf voor de goddeloosheid van het volk bracht God verwarring in hun taal; zo kreeg het land Sinear de naam 'Babel' of 'Babylon' (Genesis 11:5–9). Zowel Babylon als Babylonië ontlenen hun naam aan Babel, wat 'verwarring' betekent.
Sinear werd bestuurd door een koning tegen wie Abraham streed. In de tijd van Abraham voerden vier koningen – onder wie Amrafel, koning van Sinear – oorlog tegen de koningen van Sodom en Gomorra en drie andere koningen (Genesis 14:1–3, 8–9). Nadat ze de koningen van Sodom en Gomorra hadden overwonnen, plunderden de vier koningen de steden en voerden ze Lot en al zijn bezittingen mee (Genesis 14:10–12). Om zijn neef te redden, dreef Abraham met 318 van zijn mannen de aanvallers op de vlucht, versloeg hij de vier koningen en bracht hij Lot, diens gezin en diens bezittingen veilig terug (Genesis 14:13–17).
Sinear werd geassocieerd met verleiding. Na de inname van Jericho slaagden de Israëlieten er niet in Ai te veroveren, vanwege zonde in het kamp (Jozua 7:10–12). Achan had voorwerpen uit Jericho gestolen die aan de ban waren gewijd – iets wat de Heer uitdrukkelijk had verboden (Jozua 6:18–19). Tot de buitgemaakte voorwerpen behoorde een prachtig, fijn vervaardigd gewaad uit Sinear (Jozua 7:21). Door de zonde van Achan kwamen ongeveer zesendertig mensen om het leven tijdens de mislukte poging om Ai in te nemen (Jozua 7:4–5). Nadat zijn zonde aan het licht was gekomen, werden Achan en zijn gezin gestenigd, overeenkomstig Gods bevel (Jozua 7:24–26).
Sinear werd in verband gebracht met de goddeloosheid van Babylon. De profeet Zacharia beschreef een visioen van een mand met een loden deksel. De engel die Zacharia begeleidde, duidde de betekenis van de mand: "Dit is de ongerechtigheid van het volk in het hele land" (Zacharia 5:6). Vervolgens tilde de engel het loden deksel op en onthulde aan de profeet dat er een vrouw in de mand zat. De engel zei: "Dit is de goddeloosheid", duwde haar terug in de mand en drukte het loden deksel weer op de opening (Zacharia 5:8). De mand met de vrouw werd vervolgens door de lucht naar het land Sinear vervoerd, waar een tempel voor haar zou worden gebouwd (vers 11). Dit bijzondere visioen verbeeldt het beteugelen van de goddeloosheid en de verbanning ervan naar Sinear/Babylon. In Sinear zou de goddeloosheid uiteindelijk worden vrijgelaten en zelfs worden aanbeden (vgl. Openbaring 17). Sinear wordt geassocieerd met de goddeloze verering van valse goden, en in de eindtijd is Babylon de Grote het centrum van goddeloosheid en demonenverering (Openbaring 18:2–3).
Sinear was de plaats waar Juda in ballingschap verbleef. Toen het volk Juda uiteindelijk in ballingschap naar Babylonië werd weggevoerd, nam Nebukadnezar de gewijde voorwerpen uit de tempel van de Heer mee en plaatste ze in de tempel van de god die hij aanbad (Daniël 1:1–2). Nebukadnezar plaatste de kostbare voorwerpen waarschijnlijk in de tempel van Marduk – ook wel Bel genoemd – de oppergod van de Babyloniërs. Vanwege ongehoorzaamheid en afgoderij werden de Joden uit hun land verbannen naar Sinear (2 Kronieken 36:15–21).
Sinear is een plaats die een trouw overblijfsel van Israël zal herbergen. Jesaja 11 spreekt over het toekomstige duizendjarig vrederijk van de "wortel van Isaï", die "zal staan als een banier voor de volken; de naties zullen zich bij Hem voegen en zijn rustplaats zal heerlijk zijn" (Jesaja 11:10). Tijdens Zijn regering zal Jezus "het overblijfsel van Zijn volk terugbrengen uit Assyrië, uit Egypte, uit Pathros, uit Cusj, uit Elam, uit Sinear, uit Hamath en uit de kustlanden van de zee" (Jesaja 11:11). Deze belofte verzekert ons ervan dat Gods volk opnieuw bijeengebracht zal worden – zelfs vanuit Sinear – om de Heer te aanbidden in Zijn toekomstige koninkrijk.
Sinear is van betekenis vanwege de verbinding met de historische opstand van de wereld tegen God: van de bouw van de Toren van Babel tot de associatie met afgoden, de mishandeling van Israël en de toekomstige verbinding met de antichrist. Ondanks het vele kwaad in het land Sinear heeft God Zijn volk daar bewaard. Gelovige Israëlieten in Sinear zullen in de toekomst deelhebben aan het duizendjarig vrederijk van Jezus, waarmee Gods genade en verlossing zichtbaar worden.
Bron: gotquestions.org
